Dip of depressie. Wanneer ga je over de grens? – Artikel in Libelle

libelle-header
9 oktober, 2015

Iedereen voelt zich weleens down, of dat nu door de winter komt, stress of een ingrijpende gebeurtenis. Maar wanneer gaat zo’n dipje over in een depressie?

Greet (57): “Ik voelde me al een tijdje lusteloos en sliep slechter. Dingen waar ik vroeger plezier in had, konden me niet meer bekoren. Een vitaminetekort of zo, dacht ik. Dus ging ik even langs de dokter. Ik viel bijna van mijn stoel toen hij de diagnose depressie stelde. Hoor je dan niet eindeloos te huilen en alleen nog in bed te liggen?”

Dr. Paul Koeck: “Het idee dat je met een depressie bij wijze van spreken je bed niet meer uit kunt, komt uit de tijd dat depressie in de psychiatrische sfeer zat: enkel de zware gevallen vielen toen onder die noemer. Intussen is het spectrum sterk uitgebreid. Een depressie kan verschillende vormen aannemen, gaande van licht tot heel zwaar. In een lichte depressie zie je in de eerste plaats meer problemen dan oplossingen. Je denkt bijvoorbeeld niet: ‘Ik wil vanavond lekker koken. Op internet vind ik vast een tof recept.’, maar ‘Oh jee, nu moet ik weer koken. Wat ga ik in godsnaam klaarmaken?’ In een volgend stadium verlies je ook je toekomstperspectief en de moed om dingen te doen. Een zware depressie gaat gepaard met drie grote signalen: geen eetlust, geen zin in seks en niet meer kunnen slapen. Nu goed, dat is en erg ruwe indeling. In de praktijk is depressie vaak moeilijk te herkennen. Twijfel je, doe dan eerst een online testje en stap met de resultaten naar de huisarts.”


Annie (61): “Ik ben ruim een jaar gescheiden en geraak maar niet uit de put. Het leven dat ik met mijn man had opgebouwd, lijkt voor niets geweest. Zin in nieuwe hobby’s, reizen en vrienden heb ik al helemaal niet. Is dit liefdesverdriet of is er meer aan de hand?”

Paul Koeck: “Liefdesverdriet is een verdrietig gevoel, depressie is een leeg gevoel. Met andere woorden: zolang er nog kleur in je emoties zit, heb je grote kans dat het om normaal verdriet gaat. Je bent dan wel verdrietig, maar kunt nog genieten van uitstapje met een vriendin. Komt er een vervlakking in je gevoelens, dan neig je naar depressie. Je beleeft dan geen plezier meer aan leuke dingen. Een ingrijpende gebeurtenis is trouwens een grote risicofactor voor depressie. Een verhuis, het verlies van en partner, een ontslag: ze lokken stress uit en kunnen depressie triggeren. Al spelen nog een heleboel andere factoren mee, dus niet iedereen is even vatbaar. Zo heeft ongeveer de helft van de mensen een genetische aanleg. Ze zijn iets vatbaarder voor depressies, geraken sneller in de put.


Kristien (46): “Hoe gek het ook klinkt, ik hou niet van het weekend. Ik vind het wel fijn om uitstapjes te maken en met vrienden af te spreken, maar panikeer als ik ‘s morgens opsta en de dag ligt als een grote leegte voor me uitgestrekt. Ik weet gewoon niet wat te doen met mijn tijd! Bestaat er zoiets als een weekenddepressie?”

Paul Koeck: “Dit lijkt om urgency addiction te gaan: een verslaving aan de adrenaline en endorfine die in je lichaam worden opgewekt door altijd druk-druk bezig te zijn. Valt de drukte weg in het weekend, dan krijg je ontwenningsverschijnselen. Veel mensen hebben hier last van. Urgency addiction is een recent fenomeen, eigen aan onze moderne cultuur. Het wordt er ook door onderhouden: de constante stroom aan mails, Smartphonebiepjes, televisiebeelden, reclame en internet houden ons constant geprikkeld. Maar op lange termijn kan het leiden tot een burn-out. In de statistieken zien we een duidelijke burn-outpiek bij de opkomst van de gsm, en later van Facebook en Smartphones. Heb je last van urgency addiction, vraag je dan in de eerste plaats af of je het druktepatroon wìl doorbreken. Zonder wil, kun je niet veranderen. Afkicken doe je dan bijvoorbeeld door heel bewust rustpunten in te lassen, waarbij je door niets of niemand geprikkeld wordt.”


Veerle (52): “Elk jaar in de herfst is het weer zo ver: de dagen worden korter en mijn gemoed keldert. Ik voel me doodmoe, eet veel meer en zit het liefst de hele dag binnen. Kon ik maar een winterslaap houden, gewoon om dat ellendige gevoel over te slaan.”

Paul Koeck: “Een winterdip -eigenlijk Seasonal Affective Disorder genoemd- wordt veroorzaakt door lichtgevoeligheid: in de winter valt minder licht op je netvlies, dus maak je minder melatonine aan en dat heeft effect heeft op je gemoed. De enige remedie is dan ook: véél licht. Ga liefst zoveel mogelijk naar buiten of zit minimum een uur per dag in een felle lichtbron. Nu, als je van jezelf weet dat je elke winter prijs hebt, kan je zeker een keer bij de huisarts langsgaan. Die stippelt dan samen met jou een langetermijnstrategie uit, zodat je veel beter gewapend bent tegen de donkere dagen.”


Machteld (42): “Als ik me down voel, drink ik een paar glazen wijn. Misschien niet de beste oplossing, maar het helpt me te ontspannen.”

Paul Koeck: “Drink je tijdens een korte lastige periode af en toe een glaasje, dan is dat in principe niet erg. Dat is vergelijkbaar met een wandeling of een heet bad: het werkt ontspannend. Drink je regelmatig en langdurig, dan riskeer je een verslaving. Al na een paar weken heb je dat glas wijn niet meer nodig om te ontspannen, maar om te vermijden dat je extra stress krijgt als je niét drinkt. Er zijn heel wat andere manieren om uit een dip te komen. Denk bijvoorbeeld aan wat je er bij vorige dipjes bovenop heeft geholpen. Dat kan een babbel met een vriendin zijn, maar ook een goed boek of experimenteren in de keuken. Hoe dan ook: tevredenheid werkt antidepressief. Gewoon even je geheugen opfrissen, kan al helpen.”


Hannelore (28): “Sinds de geboorte van haar dochter is mijn vriendin zichzelf niet meer. Ze laat amper iets van zich horen en komt haar huis niet uit. En dat terwijl ze zo’n actieve, sociale vrouw was. Haar dochter verliest ze geen seconde uit het oog. Ik ben bang dat ze in een postnatale depressie zit.”

Paul Koeck: “Een postnatale depressie heeft alle kenmerken van een gewone depressie: gevoelsvervlakking, weinig toekomstgerichtheid, geen zin meer om iets te ondernemen. Je affectieve vermogen vermindert, waardoor het lijkt alsof je geen moedergevoel hebt. Dat is niet zo: je gevoelsorgaan is gewoon stuk, net omdàt je depressief bent.

In dit geval -niet kunnen loslaten, overbezorgd en perfectionistisch zijn- gaat het eerder om extreme angst. Al sluit het een het ander niet uit: vijfenzeventig procent van de mensen met een depressie heeft ook een angststoornis, en omgekeerd. Hoe dan ook is het een must om met je arts te praten zodra je ook maar het minste vermoeden hebt dat er iets mis zou kunnen zijn tijdens of na de geboorte van je kind. Schakel niet enkel psychologische hulp in, maar kaart de situatie ook aan bij je gynaecoloog of psychiater.”


Joke (49): “Met een drukke job, drie puberende kinderen, veel vrienden en een paar hobby’s heb ik een hectisch leven. Dat vind ik niet erg: ik kan niet goed stilzitten. Maar de laatste tijd ben ik doodmoe. Elke ochtend sléép ik mezelf uit bed. Bij de gedachte aan een nieuwe dag vol taken en verantwoordelijkheden, barst ik soms in tranen uit.”

Paul Koeck: “Dit lijkt me eerder om burn-out te gaan. Het mechanisme is gelijkaardig aan depressie, maar het grote verschil is de extreme vermoeidheid. De hamvraag is dus: kùn je niet meer of wìl je niet meer? Bij depressie kun je nog wel, maar ontbreekt je de moed en zin. Bij burn-out heb je nog zin om dingen te doen, maar kan je lichaam niet meer. Het ene is een stemmingsstoornis, het ander een energiestoornis: het gaat om chronische uitputting.”


Valérie (36): “Mijn zoontje van tien weet de laatste tijd geen blijf met zichzelf. Hij trekt zich terug, is minder uitbundig en vertelt niet graag over zijn dag.”

Paul Koeck: “Ook kinderen kunnen een dip hebben of depressief zijn. Algemeen geldt dat problemen die opduiken in de puberteit geen reden zijn tot bezorgdheid: negen van de tien gaat dat over. Tenzij het natuurlijk om extreme situaties -denk aan zelfverwonding of zelfmoordneigingen- gaat: in dat geval moet je wél actie ondernemen. Maakt je kind een depri indruk voor of na de puberteit, dan zou het om een structureel probleem kunnen gaan. Er is reden tot bezorgdheid als je kind zich fundamenteel anders gedraagt: het trekt zich terug, heeft plots veel minder energie of beleeft geen plezier meer aan leuke dingen. Een belangrijk advies voor bezorgde ouders: ga eerst zélf langs de huisarts voor je kind aan te spreken. De manier waarop je je zorgen deelt, is namelijk cruciaal en kan averechts uitpakken. De huisarts kan je begeleiden in de manier waarop je het best aanpakt.

Nu, ik merk dat kinderen zich er vaak heel goed bewust van zijn dat er iets scheelt. Je kind kan dus ook zélf aangeven dat het zich niet goed voelt. Reageer dan in elk geval zo positief mogelijk. Vertel hoe knap je het vindt dat je kind zichzelf zo goed kent en actie wil ondernemen. Dat je trots bent op zoveel zelfvertrouwen. Als ouder heb je de neiging om te panikeren, maar daardoor zou je kind zich schuldig kunnen voelen. Het ziet dat mama of papa verdrietig is, en voelt zich daar verantwoordelijk voor. En nogmaals: neem je kind niet meteen mee naar de dokter, maar pols eerst zelf hoe je de situatie best aanpakt. Vaak kan het kind geholpen worden zonder dat het zelf naar de dokter gaat. Als de ouders goed begeleid worden, kunnen ze zelf hun kind bijsturen.”

Dip of depressie. Dit is het verschil!

DIP

  • Een teneergeslagen gevoel
  • Je lichaam signaleert dat het niet meer gaat, dat je even rustiger aan moet doen.
  • Je vraagt extra aandacht en warmte uit je omgeving om je weer beter te voelen.
  • Krijg je dat, dan kom je er weer bovenop.
  • Is dus iets goeds: het stelt je in staat om gas terug te nemen indien nodig.

 

DEPRESSIE

  • Een leeg gevoel
  • Het gevolg van het negeren van dipjes of te weinig input van je omgeving krijgen om er weer bovenop te geraken (en dat weken-, maanden- of jarenlang).
  • Is eigenlijk een overbelasting van je hersenen, waardoor je meer en vaker dipjes krijgt.
  • Je hersenen signaleren dat cellen zwak worden of beschadigd zijn: je geheugen werkt minder goed, je concentratie verzwakt, je eetlust vermindert, …
  • In een later stadium wil je ook geen plannen meer maken, kun je de toekomst niet meer zien en niet meer positief denken.

Help, mijn partner is depressief!

Hoe ga je als partner, vriendin of familielid om met iemand die een dipje heeft of depressief is?

Bij een dipje

Geef de persoon in kwestie extra aandacht. Luister naar zijn of haar verhaal, laat weten dat je aan hem of haar denkt en toon dat hij of zij de moeite waard is. Een dip is eigenlijk een schreeuw om wat aandacht, omdat iemand even de pedalen kwijt is.

Bij een depressie

  • Luisteren, luisteren en nog eens luisteren. Iemand die depressief is, wil zich vooral begrepen voelen. Geef dus geen advies -tenzij daar expliciet om gevraagd wordt- maar luister geduldig. Laat je daarin eventueel begeleiden.
  • Schenk positieve aandacht aan dingen die de persoon goed doet. Staat hij of zij een half uur vroeger op dan de dag voordien, wijs daar dan op en vertel hoe knap je dat vindt.
  • Schenk geen aandacht aan dingen die de persoon niet goed doet. Staat hij of zij een half uur later op, zeg dan niet: ‘Je hebt weer veel te lang in je bed gelegen’. Laat het gewoon voorbijgaan.
  • Soms kun je je ergeren aan de persoon in kwestie. Zeg er op dat moment niets van, maar breng in de eerste plaats jezelf tot rust. Op een kalm moment kun je er wél iets van zeggen: ‘Ik zie je graag, maar voor mij is het soms ook moeilijk.’ Eventueel kun je een teken afspreken waarmee je zonder woorden aangeeft dat het voor jou niet meer gaat. Je partner of vriendin weet op dat moment dat je het niet slecht bedoelt, maar gewoon een pauze wil.

De kracht van de knuffel

Een warme, beschermende, geborgen knuffel doet wonderen voor iemand die het moeilijk heeft. Geen korte omhelzing, maar een innige knuffel van minstens twintig minuten. Daar zit een biologisch-psychologisch mechanisme achter. Als je in iemands armen uithuilt, bouw je spanning op. Het huilen wordt steeds heviger en de ademhaling versnelt, tot er een moment van ontlading komt. In negentig procent van de gevallen gebeurt dat rond de vijftiende knuffelminuut. Je ademhaling vertraagt, je kalmeert en voelt je opgelucht.

Download (PDF) het volledig artikel

Tags: , , , , ,
Date: oktober 9, 2015